Open kantoorlandschappen, flexwerkplekken en hybride werken. De voorbije decennia heeft het begrip ‘New Way of Working’ zijn intrede gedaan én meteen een stevige evolutie doorgemaakt. Wat begon als een nieuwe kijk op werkorganisatie, heeft intussen een fundamentele impact op de manier waarop we gebouwen en omgevingen ontwerpen, gebruiken en transformeren. Tegelijk staat een groot deel van het bestaande kantoorpatrimonium voor een nieuwe uitdaging. Hoe transformeer je gebouwen die ontworpen zijn voor de maatschappij van gisteren tot werkplekken die klaar zijn voor de uitdagingen van morgen? “Architectuur gaat niet enkel over ontwerpen. Het gaat ook over de juiste vragen durven stellen.”
In dit gesprek delen B2Ai-experten Dieter Haemers (Creative Director), Ambroise Crêvecoeur (Partner – Architect) en Bart Decloedt (Director Interior Design) hun inzichten over de toekomst van kantooromgevingen, de afweging tussen herontwikkelen en herbestemming en de rol van architectuur in een snel veranderende maatschappij.
“Volgens de visie van B2Ai ontwerpt een architect niet alleen een gebouw, maar ook de omgeving, het sociale weefsel en zelfs de stad. Kunnen jullie dit toelichten?
Dieter: “Een kantoor is veel meer dan de werkplek an sich. Architectuur heeft een directe impact op hoe mensen zich voelen, bewegen, samenwerken en functioneren. Een gebouw staat bovendien nooit op zichzelf. De relatie met de buurt, de mobiliteit, het groen, de publieke ruimte en de geschiedenis van een plek zijn minstens even belangrijk als het gebouw zelf. Wanneer iemand een kantoor binnenstapt, ervaart die persoon niet alleen een interieur, maar een volledige omgeving. Daarom kijken we altijd naar het grotere geheel. Niet alleen naar de fysieke ruimte, maar ook naar de impact ervan op welzijn, productiviteit en sociale interactie.”
Het begrip ‘New Way of Working’ bestaat al even. Hoe relevant is dat idee vandaag nog?
Bart: “Het blijft relevant en het is ondertussen ook wel goed gekend, al geven wij hier misschien een ietwat andere invulling aan het begrip. ‘New Way of Working’ zet in op een kantooromgeving die aansluit op verschillende manieren van werken en op de verschillende behoeftes van medewerkers. Sommigen hebben nood aan stilte, terwijl anderen net het best functioneren in een dynamische omgeving met ontmoeting en creativiteit. Die diversiteit moet zich vertalen in de architectuur, de technische installaties én het interieur. Precies daar ligt de sterkte van ons kantoor. Waar interieur vaak wordt gezien als een afwerking of aankleding, streven wij naar een totaalbeleving. Uiteraard vertrekken we vanuit grondige gebruiksanalyses, maar we kijken ook verder: hoe zal een gebouw écht gebruikt worden? Pas wanneer je dat begrijpt, kan je een omgeving ontwerpen die niet alleen mooi is, maar ook daadwerkelijk werkt voor haar gebruikers. Onlangs bezocht ik het Wilfried Martens gebouw dat we zo’n tien jaar geleden opleverden en zag ik dat de ruimtes nog altijd worden gebruikt zoals we ze oorspronkelijk hadden ontworpen. Dat is voor mij het mooiste compliment: het bewijst dat een ontwerp duurzaam werkt in de praktijk.”
Ambroise: “Bedrijven concurreren vandaag met hun werkomgeving, want werknemers verwachten een omgeving waar ze graag tijd doorbrengen. Daarom gaat er steeds meer aandacht naar welzijn en worden bijvoorbeeld ook een fitnessruimte of een restaurant deel van de werkplekervaring. Ons kantorencomplex Montgomery Parc in Brussel, een iconisch project uit de jaren zeventig, illustreert die evolutie. Naast kwalitatieve werkplekken zetten we er sterk in op collectieve buitenruimtes, ontmoetingsplekken en een mix van functionaliteiten. Het resultaat is een campusgevoel waarbij het gebouw veel meer wordt dan een kantoor alleen.”
Mens en maatschappij evolueren steeds sneller. De manier waarop we werken verandert voortdurend. Hoe ontwerp je dan een kantoor dat voldoet aan de noden van vandaag, een duidelijke identiteit heeft én tegelijk tijdloos blijft?
Bart: “Dat is inderdaad een uitdaging. Hoe creëer je omgevingen die niet alleen inspelen op de behoeften van vandaag, maar ook klaar zijn voor morgen? B2Ai staat al sinds het ontstaan van het kantoor voor duurzame projecten, zowel in materiaal als in tijd. Tijdloos ontwerpen betekent voor ons echter niet dat een gebouw neutraal of generiek wordt. Integendeel. Een gebouw mag een duidelijke identiteit hebben.”
Ambroise: “De technologie verandert, organisaties veranderen, de manier waarop mensen samenwerken verandert, maar de mens zelf verandert veel minder snel. Mensen hebben nog altijd nood aan licht, comfort, ontmoeting, flexibiliteit en welzijn. Dat zijn tijdloze principes waarop we blijven bouwen.”
Dieter: “Voor ons begint toekomstgericht ontwerpen bij een intelligente basisstructuur. Een gebouw moet voldoende flexibel zijn om zich aan te passen aan nieuwe werkvormen, andere gebruikers of zelfs een volledig andere functie. Bij projecten zoals Westwing Tower in Roeselare hebben we bijvoorbeeld sterk ingezet op de deelbaarheid van de kantoorvloeren. Het gebouw kan vandaag functioneren als één geheel, maar de verdiepingen kunnen in de toekomst ook opgesplitst worden in kleinere entiteiten. Dat lijkt een eenvoudige beslissing, maar het betekent wel dat je vanaf het begin moet nadenken over circulatie, brandveiligheid, technische installaties, vluchtwegen, enzovoort. Die flexibiliteit maakt een gebouw veerkrachtiger op lange termijn. Hoe meer scenario’s een gebouw aankan, hoe groter de kans dat het relevant blijft.”
-
Ouverture Gent
-
Westwing Tower Roeselare
-
Montgomery Parc Brussel
Voor wie ontwerpen jullie: de klant of de eindgebruiker?
Ambroise: “We ontwerpen voor de eindgebruiker, maar luisteren uiteraard naar onze klant en denken tegelijk strategisch met hem mee. Soms betekent dat zelfs dat we de oorspronkelijke vraag in vraag stellen. Naar dat principe verwijst ook heel bewust onze baseline: “You challenge. We rethink. Together we create.” Een ontwikkelaar kan bijvoorbeeld vertrekken vanuit de ambitie om een nieuw kantoorproject te realiseren. Dan is onze taak niet alleen om dat kantoor zo goed mogelijk te ontwerpen, maar ook om eerst te onderzoeken of een kantoor op die locatie wel de meest toekomstgerichte oplossing is. Misschien blijkt een residentieel programma interessanter. Misschien biedt een hotelconcept meer potentieel. Misschien vraagt de omgeving net om een mix van functies. Ons project Twin Falls in Brussel toont hoe we voormalige kantoorlocaties transformeerden tot een woonomgeving. Omgekeerd zijn er gebouwen zoals Lighthouse in onze hoofdstad waar net blijkt dat de kantoorfunctie nog steeds de meest logische en duurzame bestemming is. Architectuur gaat daarom niet alleen over ontwerpen. Het gaat ook over de juiste vragen durven stellen.”
Niet elk gebouw heeft nog een toekomst. Hoe maken jullie de afweging tussen herbestemming of herontwikkeling?
Ambroise: “Vaak beschikken bestaande kantoorgebouwen over kwaliteiten die vandaag moeilijk of minder duurzaam opnieuw te realiseren zijn, zoals een strategische locatie, een sterke structuur of een herkenbare architecturale identiteit. Bij een herbestemming bestaat de uitdaging erin om die kwaliteiten te behouden en tegelijkertijd het gebouw klaar te maken voor nieuwe eisen rond comfort, duurzaamheid, technologie en welzijn. Dat vraagt een andere manier van denken. Je begint niet met een wit blad, maar met een grondige analyse van wat aanwezig is, welke potenties er nog verborgen zitten en welke ingrepen nodig zijn om het gebouw toekomstbestendig te maken. Bij de herbestemming van iconische architectuur gaat dat nog een stap verder. Dan heb je de tijd om het gebouw te voelen, het werk en de visie van de oorspronkelijke architect te begrijpen en zo de mogelijkheden van het gebouw bloot te leggen.”
Bart: “Het is altijd maatwerk. Sommige gebouwen beschikken over een sterke architecturale basis en kunnen met gerichte ingrepen opnieuw tientallen jaren mee. Bij Souverain 100 in Brussel onderzochten we bijvoorbeeld hoe een iconisch gebouw kan worden geactualiseerd zonder zijn karakter te verliezen. Andere gebouwen vragen een meer ingrijpende transformatie. The Arch in Brussel is daar een voorbeeld van. Tijdens de herontwikkeling werd niet alleen ingezet op duurzaamheid en circulariteit, maar moesten we ook aandacht besteden aan de fundamentele verbetering van de kwaliteit van het gebouw. Meer daglicht, betere connecties, een flexibelere structuur en een toekomstbestendige technische infrastructuur maken het gebouw opnieuw relevant voor de komende decennia. Zo creëerden we in de plint van The Arch ruimte voor publieke functies, waardoor het gebouw vandaag actief bijdraagt aan de transformatie van de buurt tot een levendige stadswijk. Van dergelijke herbestemmingsprojecten leren we trouwens ook voor nieuwbouw. Elke renovatie toont welke keuzes twintig of dertig jaar geleden toekomstbestendig waren en welke niet. Die inzichten nemen we mee naar nieuwe kantoorontwikkelingen.
-
Souverain 100 Brussel
-
The Arch Brussel
B2Ai werkt niet alleen aan kantoren, maar heeft ook expertise en referenties in (gezondheids)zorg-, sport- en cultuurcentra, scholen, commerciële en residentiële ontwikkelingen, mixed-use, en stedenbouwkundige projecten. Hoe beïnvloedt die brede aanpak jullie projecten?
Bart: “Wij geloven niet in een monocultuur. Hoe breder je kijkt, hoe meer inzichten je verzamelt die je opnieuw kan toepassen in andere sectoren. De hospitalitysector leert ons hoe je beleving integreert in kantooromgevingen. Residentiële projecten leren ons over de balans tussen openheid en geborgenheid. Vanuit zorgprojecten nemen we inzichten mee rond welzijn, praktische functionaliteit en gebruikservaring. Die kruisbestuiving maakt ons geen generalisten, maar specialisten met een brede blik.”
Grote projecten brengen altijd veel stakeholders samen. Hoe gaan jullie om met uiteenlopende belangen?
Bart: “Compromissen horen bij elk project. Je kan ze zien als beperking, of als de motor voor innovatie. Hoe complexer de randvoorwaarden, hoe groter de noodzaak om creatief te denken. Ouverture in Gent illustreert dat goed. Het programma was bijzonder ambitieus, terwijl de beschikbare ruimte beperkt was. Door functies slim te stapelen, met onderaan commerciële ruimtes, bovenaan een kantoorgedeelte en een parking tussenin ontstond een oplossing die niet alleen efficiënt werkt, maar ook een uitgesproken identiteit heeft gekregen. Vaak ontstaan interessante projecten omdat verschillende belangen, wensen en beperkingen samenkomen. Onze rol bestaat erin die complexiteit te vertalen naar een helder en kwalitatief ontwerp.”
Verschillende van jullie kantoorprojecten behalen vandaag meerdere certificeringen tegelijk, zoals rond duurzaamheid en welzijn en van BREEAM en WELL tot EU Taxonomy. Hoe belangrijk zijn deze vandaag?
Ambroise: “Certificeringen zijn waardevol. In Brussel zijn ze zelfs essentieel. Ze maken kwaliteit objectief meetbaar en stimuleren de sector om beter te presteren. Tegelijk zijn ze uitgegroeid tot een belangrijk instrument voor investeerders, ontwikkelaars en eindgebruikers. Maar nog belangrijker is wat ze in beweging zetten. Twintig jaar geleden waren energiezuinige gebouwen pionierswerk. Vandaag worden ze de norm. Met circulariteit zien we exact dezelfde evolutie. Eerst zijn er enkele voorlopers, daarna volgt de markt en uiteindelijk vertaalt die evolutie zich in regelgeving. Vanaf dat moment wordt verandering onomkeerbaar. De wetgever speelt daarin een belangrijke rol. Naarmate de eisen rond circulariteit, energieprestaties en duurzaamheid strenger worden, verschuift de volledige sector mee. Certificeringen zijn dus niet alleen een kwaliteitslabel, maar ze versnellen ook een bredere maatschappelijke verandering.”
Hoe ziet het kantoor van de toekomst er volgens jullie uit?
Dieter: “Ik denk dat de grenzen tussen werken, wonen, ontmoeten en ontspannen verder zullen vervagen. Gemengde functies zullen steeds belangrijker worden. Circulariteit zal een vanzelfsprekend uitgangspunt zijn. Gebouwen zullen ontworpen worden voor meerdere levens en verschillende gebruikers. Maar één principe blijft onveranderd. Architectuur draait uiteindelijk om mensen. Om het creëren van plekken waar mensen zich goed voelen, elkaar ontmoeten, samenwerken en groeien. Of het nu gaat om een nieuw kantoor of een transformatieproject: dat blijft de essentie van wat we doen.”