Het is belangrijk om binnen het stedenbouwkundig plan de publieke gebouwen als oriënterende bebouwing in het stedelijke weefsel hun prominente plek te geven. Het belang van het afwerken van het stedelijk weefsel is een belangrijk uitgangspunt. Het Gemeentehuis en de kerk zijn de meest prominente publieke gebouwen in de directe omgeving en spelen een grote rol in de beeldbepaling vanop en rondom de site.
De afwerking van het bestaande noordelijke bouwblok is een belangrijk uitgangspunt van het concept. Dit is gerealiseerd met aandacht voor de specificiteit van de verschillende randen van het blok. De randen tussen het bouwblok en de projectsite zijn een stuk complexer, gezien niet alle aansluitende terreinen tot de site behoren. Evenwel is gewerkt vanuit een achterliggende totaalvisie van een rand met compacte eengezinswoningen met private tuinen. De rand is verder afgewerkt met een groene bufferzone (voortuinstrook) waarbij laag groen zorgt voor een zekere privacy.
De derde af te werken rand van het bouwblok is niet de minste: een begeleidende wand langs een zachte publieke doorsteek met een directe relatie tussen de Markt, de projectsite en het Gemeentehuis. De sterke helling en de aanwezige muur aan de zijde Gemeentehuis zijn belangrijke factoren.
De groene omgeving is een beeldbepalend element op de site. De typologie van het centraal gelegen plantsoen, sluit aan bij het bestaande “bos”-karakter. De beplanting is uiterst eenvoudig, wat ook neerslaat op een laag onderhoud en een lage beheerslast. Ook hier is voor terughoudendheid in beeldopbouw gekozen, een eenvormigheid van (zachte) verhardings-materialen. Dit alles sluit aan bij de sfeer van het bos. De bedoeling van het “ensemble” is, dat net door de eenvoudige scenografie de gebouwen een uiterst vanzelfsprekende indruk nalaten, als waren ze eigenlijk een gekend of bestaand onderdeel van een bestaande context.
De beeldtaal bestaat uit twee belangrijke componenten: het bos met het uitwaaierend plantsoen enerzijds, en de architectuur en de verharding anderzijds.
Die eenvoudige maar sterke opbouw, zorgt voor het zogenaamde ‘ensemble’.
Wonen in een architecturaal ensemble
Door een moedwillig gekozen verwantschap tussen kleur en textuur van gevelmateriaal en verharding ontstaat een sterk en éénduidig beeld, dat de identiteit van de plaats aansterkt. De beeldtaal bestaat uit twee belangrijke componenten. Het bos met het uitwaaierend plantsoen enerzijds, en de architectuur en de verharding anderzijds. Die eenvoudige maar sterke opbouw, zorgt voor het zogenaamde ‘ensemble’.
De parkgebouwen zijn opgetrokken in een zacht genuanceerde baksteen met verschillende metselwerkverbanden. Het witte schrijnwerk met grote en kleine ramen wisselen elkaar op een speelse manier af. De overige gebouwen zijn in eenzelfde steen gebouwd, de variatie wordt gezocht in een anders omgaan met raamopeningen, balustrades, de plint. Hierdoor ontstaat een eigenheid die de samenhangende kracht van het ensemble versterkt.
Doelgroepen en woontypes: diversiteit
Het project bestaat in hoofdzaak uit 3 bebouwingstypologieën: vrijstaande meergezinswoningen (parkgebouwen), hoekgebouwen (portierswoningen) en grondgebonden woningen.
Er is gestreefd naar een ruime variantie in woningtypes. De planopbouw is eenvoudig en flexibel daar er vertrokken wordt uit het principe van de ‘intelligente casco’. Hierdoor zijn de woningen ook eenvoudig aanpasbaar in functie van de wensen van de bewoner of bijv. in functie van Levenslang Wonen.
De volumes langs de straatkant en zijde kerk, zijn voorzien van een commerciële ruimte op het gelijkvloers. Parkeergelegenheid is strategisch gepland om zo weinig mogelijk verkeer te genereren diep op het terrein.
Langs de zijde van het gemeentehuis wordt de omranding van de site verder afgewerkt met individuele woningen met tuin. De afwisseling van volumetrie en wanden, verwijzen naar begijnhoftypologieën en bieden een antwoord op de vrij hoge wand aan de kant van het Gemeentehuis en op de helling van de voetweg
Er wordt binnen het project sterk ingezet op de publieke ruimte d.m.v. doorsteken, een centraal park, het woonerf, het onzichtbaar maken van het parkeren. Naast deze kwalitatieve collectieve buitenruimte, wordt er ook veel aandacht besteed aan de private buitenruimte. De appartementen beschikken over ruimte inpandige of uitpandige terrassen zicht op de Scheldevallei, de groene omgeving en het centrum van Gavere. De bruikbaarheid van deze ruimtes is omwille van zijn schaal heel divers (buiten eten, spelen, zonnen, creëren van een groen kader,…). Bij de grondgebonden woningen zijn private tuinen voorzien met plaats voor een tuinberging voor onderhoud en fietsen. Deze ruimte richt zich specifieker naar gezinnen en kan op verschillende manieren ingezet worden (beplanting, moestuin, terras, speeltuin,…).
De toegang tot het binnengebied wordt integraal als woonerf aangelegd. Hiervoor wordt een uniforme en kleinschalige materialisatie toegepast die de dominantie van zacht verkeer duidelijk maakt. Het uitgangspunt is om de bewoners zo dicht mogelijk bij hun woning te laten parkeren en bezoekersverkeer tot een minimum te herleiden. Zo komt het kindvriendelijke karakter van het woonerf niet in het gedrang.
Locatie
Gavere
Regio
Oost-Vlaanderen
Status
In uitvoering
Team
Opdrachtgever: Alheembouw NV
Architect: B2Ai
Masterplan: B2Ai
Landschapsontwerp: Denis Dujardin
Fotografie
Eric Bouvier